zondag 25 oktober 2015

Blinde bedelaar: haiku + overdenking: Marcus10:46-52

Haiku

Blinde bedelaar
roept op de Zoon van David
die hem dan doet zien.

Maria Segers 25 oktober 2015

Overdenking: Marcus 10:46-52
De genezing van Bar-Timéüs

3 dingen worden duidelijk in beeld gebracht in dit gedeelte van Marcus:
1) Zijn nood (blind)
2) Zijn geloof (roept op Jezus)
3) Zijn redding (Hij geneest en kan weer zien!)

Deze drie zaken komen ook aan bod in mijn gedicht (haiku)!

1) Zijn nood
Het is steeds belangrijk dat we in ons eigen leven "onze zwakheden of onze noden" leren erkennen! Niemand is perfect! Niemand doet wat goed is, zelfs geen één, leert Romeinen 3:12!
We mogen dan denken, dat wij het toch goed genoeg doen, God Zelf leert ons dus dat dit "een leugen" is...eigenlijk zien we dan onszelf niet, zoals God ons ziet...eigenlijk zijn we van nature allemaal (geestelijk) blind!
De "echte (lichamelijke) blinde" die van nature niet zien kan...wenst daarvan bevrijd te worden...bevrijd van de duisternis...hij wil genieten van kleuren, hij wil kunnen werken (in plaats van te leven van de sociale uitkeringen bij manier van spreken...),hij wil weten waar hij loopt op de weg! Ook wijzelf moeten bevrijd worden van deze duisternis en gaan tot "de ware Lichtbron"! Jezus Christus , de Zoon van God, Hij is diegene die ons kan bevrijden van de duisternis en brengen naar het licht...Hijzelf is "HET LICHT DER WERELD"!

2) Zijn geloof
De blinde kan dus niets anders doen dan bedelen! Maar de mensen willen hem niet "zien of horen"! De mensen gaan aan hem voorbij! Ze hebben hem nu al zo dikwijls gezien langs de weg naar Jericho! Het doet me ook meteen denken aan de parabel van "de barmhartige Samaritaan" waar een mens van Jeruzalem reisde naar Jericho en in de handen van rovers was gevallen (Lucas 10:30) en de priester en de Leviet hielpen deze mens niet...maar wel een Samaritaan, die eigenlijk tot een vijandelijk kamp behoorde en deze ging de "gekwetste man niet voorbij!" Jezus wijst er in deze gelijkenis op dat deze Samaritaan eigenlijk als een voorbeeld voor ons is , want Hij zegt op het einde van deze gelijkenis: Doe gij evenzo! en meteen laat dit verhaal ook zien wie eigenlijk onze naasten zijn nl. gekwetste en noodlijdenden of hulpbehoevenden! 

Deze blinde bedelaar roept op de Zoon van David:
Marcus 10:47- 49 En toen hij hoorde, dat het Jezus van Nazareth was, begon hij te roepen en te zeggen: Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij! En velen bestraften hem, opdat hij zou zwijgen. Doch hij riep des te meer: Zoon van David, heb medelijden met mij! En Jezus stond stil en zeide: Roept hem!

De blinde Bartiméüs moet in dit geval héél hard roepen op "DE BARMHARTIGE", "DE MEELIJDENDE". De blinde had reeds gehoord van Jezus en hij wist al wél dat Hij "De Wonderdoener" was...en daarom wilde de blinde niet dat Jezus aan hem zou voorbijgaan! Maar het eigenaardige in dit gedeelte is wel dat Jezus toch wel enigzins "het geloof" van de blinde op de proef stelt, want Hij gaat niet meteen naar de blinde toe, al kon Hij dat ook gedaan hebben, maar Hij vraagt aan de omstaanders: Roept hem! Jezus heeft wél medelijden met die blinde man!
Sommige mensen wilden hem wél de mond snoeren! Maar Jezus niet! Hij staat stil als de blinde Hem smeekt om medelijden te hebben! Hij weet ook "WIE JEZUS CHRISTUS IS"!
Maar eveneens merken wij op dat Jezus "de medemens" oproept om deze blinde man een handje mee te helpen om naar Jezus toe te gaan!
Ook wel treffend in dit gedeelte mogen we dan lezen dat dezen dan ook mee helpen "BEMOEDIGEN" en zeggen: Houd moed, sta op, Hij roept u. (Marcus 10: 49)
Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. (Marcus 10:50)
Meteen gehoorzaamt de blinde bedelaar, want hij werpt zijn "ballast" of "zijn oude klederen af"...zijn mantel en hij springt op van vreugde!

Ook in het volgende gedeelte van Marcus 11 :de intocht in Jeruzalem mogen we zoiets lezen in vers 7: En velen spreidden hun klederen op de weg en anderen groen dat ze van het veld plukten. (vandaar palmzondag)

Dat is nu juist weer zo iets typisch voor mensen die "gelovig" worden!
Jezus roept en zegt "KOM" en "WIE GAAT TOT HEM, SPRINGT OP". Overal in de bijbel zien we dat gebeuren...Jezus wil genezen, Jezus wil blijde gezichten zien...maar Hij wil wél dat we zelf eerst roepen op Hem en bedelen of bidden of vragen ( en dan wel niet vragen zoals in het vorige stuk geschreven staat in Marcus 10:37 om dat in "zelfzucht" te veranderen...niet om te heersen, maar
wél om te dienen!) Als wij dan tot Hem roepen...dan worden ook onze ogen verlicht en krijgen we "EEN NIEUW LEVEN" dat eeuwig duurt...


3) Zijn redding
Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende en volgde Hem op de weg. (Marcus 10:52)
Al wie tot Jezus gaat als Hij roept op Hem en op Zijn Naam vertrouwt, die zal gered of behouden worden! Je kan Hem dan ook "geestelijk" zien...in dit geval "lichamelijk".
In dit gedeelte zien we zelfs de naam staan van de man die genezen wordt: nl. Bartiméüs (zoon van Timéus)...en God ziet naar iedere mens om, die zijn eigen nood erkent en tot Hem gaat met zijn nood en Hem om hulp smeekt. Onze namen staan in zijn Handpalmen gegrift! Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen...al wie Hem aaneemt als zijn persoonlijke Verlosser, Heiland of Redder, zal behouden worden en een kind worden van God de Vader.
We merken ook nog op dat nu deze blinde "genezen is" Hem ook verder volgt!
Dat is ook iets wat kenmerkend is voor een oprecht gelovige: steeds verder op Jezus blijven zien en Hem blijven volgen, overal waar Hij gaat ! Laten we goed leren luisteren naar "Zijn stem"!

Gebed:
Dank U wel, Hemelse Vader dat U mij hebt geroepen en dat ik uw roepstem ook werkelijk heb gehoord. Ik heb mijn oude mantel afgelegd en voor uw voeten neergeworpen... want U bent mijn Grote Koning, palmtakken waardig, waarmee ik U hulde wil brengen, want ik was blind en nu kan ik zien. U hebt mij nieuwe klederen aangedaan! Bedankt dat U niet aan mij bent voorbijgegaan, maar mij voor eeuwig hebt verlost. Help mij om U te blijven volgen en op U te blijven roepen als ik in nood verkeer! Bedankt dat ik kan opspringen van vreugde, want U alleen bent mijn vreugde en geeft mij vrede in mijn hart!

donderdag 15 oktober 2015

Overdenking: Jesaja 28:14-22 Een kostbare hoeksteen

Overdenking: Jesaja 28:14-22 Een kostbare hoeksteen

Jesja 28:16 ...daarom zo zegt de Here: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, van een vaste grondslag

Wat prachtig toch dat we bij de droevige geschiedenis, die vanuit Jesaja 28 begint, te kunnen lezen dat onze God: een kostbare hoeksteen legt als "vaste grondslag".

Wij mogen ons huis bouwen op een "vast fundament: Jezus Christus zelf".
Hij, Gods Zoon, is die kostbare hoeksteen!
Hij was ook wel die "beproefde steen".
Gods woord zegt ook dat wij: christenen: "levende stenen" worden genoemd...waarmee "het geestelijk huis" wordt gebouwd.

Als er een brief is in de bijbel, die vaak spreekt over het woordje: "Kostbaar" dan is dat de Petrusbrief waarin dat woordje tot vijfmaal wordt genoemd!
1) Uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus. (I Petr.1:7)
2) vrijgekocht van uw ijdele wandel met het kostbaar bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam (1 Petr. 1:19)
3) en komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat uzelf ook als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis,...(1 Petr. 2:4-5)
4) Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen en wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen (1 Petr.2:6)
5) Gij, vrouwen: uw sieraad zij niet uitwendig, maar de verborgen mens van uw hart, met de onvergankelijke tooi van een zachtmoedige en stille geest die kostbaar is in het oog van God. (1 Petr.3:4)

Ons geloof zal wél beproefd worden...want als Jezus beproefd is geworden, dan zullen zijn navolgers dat ook worden!
We zien het ook in de teksten hierboven uit de eerste Petrusbrief staan!
Maar we mogen weten dat al wie zijn geloof bouwt op "het ware fundament: Jezus Christus" dat niemand beschaamd zal uitkomen (zie hierboven: 1 Petr.2:6)

En een ander fundament...een andere vaste grondslag bestaat er niet, zegt Gods Woord ons in 1 Corinthiërs 3:11:
Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen!
Maar het is wél belangrijk op toe te zien hoe men daarop bouwt!
Het is wel belangrijk inderdaad om zo te bouwen dat het niet zal instorten! Het is eveneens belangrijk om te zien of je met kostbaar gesteente bouwt! (1 Corinthiërs 3: 12 )
Het is ook belangrijk om te bouwen dat het  een vaste grondslag heeft.
Het huis mag niet gaan wankelen bij storm of wind of overstroming enz. Maar het moet kunnen vaststaan en daarom moet het gebouwd worden op de Rots:
Jezus Christus (Lucas 6:48).

Gebed:
Heer help mij om te bouwen op het enige en ware fundament Jezus Christus met kostbaar gesteente, zoals goud en zilver, werken die waarde hebben en dankbaarheid uitstralen en die tot eer en heerlijkheid zijn van Uw Naam.
Heer, gebruik mij als een levende steen...ook al word ik beproefd...help mij dan te denken aan het onberispelijk en vlekkeloos lam dat zijn bloed heeft gegeven en Zelf ook beproefd is geworden, maar is doorgegaan tot het einde en help mij dan ook te zien naar de vreugde die voor mij ligt: de eeuwige hoop en naar het huis dat Hij in de hemelse gewesten nu reeds voor mij aan het klaarmaken is!
Help mij om vast te staan en evenwichtig te blijven, want Hij is mijn Rots, mijn vaste grondslag, mijn levende en kostbare hoeksteen van mijn leven!

woensdag 14 oktober 2015

Gedicht: De herfst


De herfst 

mensen zijn gehaast
als storm en wind
rond hun oren raast 

grijze dagen opgesmukt
door prachtig brons en goud
van bladeren - afgerukt 

die dwarrelen in het rond
om even later treurend
te sterven op natte grond 

maar paddenstoelen pronken
priemend door het herfsttapijt
en versieren oude tronken 

in het bos ritselend geluid
van een ijverige eekhoorn
verstoppend zijn winterbuit
 

Maria Segers       14 oktober 2015 

dinsdag 13 oktober 2015

Wat zie ik? Overdenking: Jesaja 28:1-6


Wat zie ik? Overdenking: Jesaja 28:1-6 

Wee de trotse kroon
Jesaja 28:1: Wee de trotse kroon van Efraïms beschonkenen, de afvallende bloem: het prachtig hoofdsieraad van het vruchtbare dal van wie door de wijn zijn overmand. 
 
Vooral de woordjes “trots” en “afvallende bloem” trekken hier mijn aandacht!
De mens mag geen trotse houding aan de dag leggen…want dan zal hij zijn als een afvallende bloem!
Hoogmoed komt voor de val!
In de tijd van Jezus waren het niet de tollenaars of de hoeren waar Hij, Gods Zoon, het moeilijk mee had…neen het waren de Joodse “leiders” , die Hem steeds met een trotse houding tegemoet traden!
De mens zal met al zijn pracht en praal geen stand kunnen houden in deze boze wereld…de mens die geen rekening houdt met God zal zijn als de beesten, die vergaan!

Bij ons thuis hing er in onze woonkamer een spreuk: Bloemen verwelken, scheepjes vergaan, maar “de liefde” zal eeuwig blijven bestaan! En daar gaat het om: liefde tonen!

Jezus Christus droeg geen trotse kroon… Hij droeg “de doornenkroon”. En daarmee betoonde Hij zijn liefde voor de mensheid! Hij was de “nederige roos: geplukt en weggegooid!”

Maar eens komt Hij terug als koning gekroond! En diegenen, die in Hem geloven, ontvangen zelf ook een koningskroon…maar wee, wee, wee hun die Hem verwerpen!
Wee hun, die “De mooiste bloem op aarde”: Jezus Christus dus, omdat Hij de mooiste en meest volmaakte mens is geweest, verwerpen of weggooien in hun leven…want dan zal Hij “hun kroon” afnemen!
In de bijbel staat geschreven dat God de mens ziet als “de kroon van zijn schepping”!
 
Het is het bloed van Jezus Christus dat slechts de zonde wegneemt . Zijn doornenkroon, zijn kruislijden bracht opnieuw verzoening voor de mens!
De bloedbeker wijn die Hij dronk dat was “het leven voor de mens” en “het nieuwe verbond”. En wij mogen tot op de dag van vandaag daaraan nog steeds herinnerd worden…want zijn vlees en zijn bloed zijn ware spijs en ware drank dat de mens voor eeuwig het leven schenkt…en dat is geen sprookje!

Maar wee de mens die Hem verraadt! 

Beschonkenen…door de wijn overmand.
Jesaja 28:3 Wijn of sterke drank kan heel wat onheil aanrichten. Het denken van de mens wordt zodanig aangetast dat men zichzelf niet meer is en dingen doet waarvan hij of zij zich later schaamt, wanneer ze terug nuchter zijn. Ook de bijbel waarschuwt ervoor om niet te diep in het glas te kijken! Verderop in Jesaja 28:7 zien we het resultaat: De leiders, de priesters en profeten, die dat deden: zij tuimelen en waggelen bij een gezicht en zijn verward en wankelen bij een rechtspraak en de tafels zijn vol van walgelijk uitbraaksel…er is geen plek meer over…zij zullen achterwaarts struikelen en te pletter vallen, verstrikt en gevangen worden genomen!

In Jesaja 28: 15 wat verderop dus, zien we dat God hen toespreekt omdat zij daardoor eigenlijk een verbond met de dood sluiten doordat ze zich bedwelmen met drank! 

Beschonkenen: Het deed me eigenlijk ook wel wat denken aan het begin van het boek “Handelingen” waar de apostelen met Pinksteren vervuld werden door de Heilige Geest en dat tongen van vuur zich op hen vertoonden en dat zij enthousiast begonnen te spreken …maar waar er sommigen met hen begonnen te spotten en zegden: ze hebben te veel zoete wijn gehad . (Hand.2:13) …maar Petrus veklaarde daarna in Hand. 2:15 dat ze niet dronken waren!
Mensen kunnen ook veranderen door toedoen van de Heilige Geest…mensen spreken en handelen dan vanuit Gods kracht…maar het is geheel iets anders dan “beschonken zijn”! 

Prachtig  hoofdsieraad
Jesaja 28:4 In dit gedeelte zie ik dat Efraïm wordt vergeleken met het prachtig hoofdsieraad op het hoofd van het vruchtbare dal,…

De priesters moesten steeds hun hoofd omwinden met een prachtig hoofdsieraad, want dat had God hen opgedragen. Zij waren de leiders die een speciale taak hadden gekregen van God. Zij moesten ervoor zorgen dat zij als “hoofden” of “als goede leiders” fungeerden voor het volk. De hogepriester en de priesters moesten het volk “heiligen” en zorgen dat de offers op de juiste manier werden gebracht. Op die manier werd er een vruchtbaar leven gegarandeerd.

In psalm 23 mogen we lezen: De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets…zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij. 

Onze God wil dat zijn land en zijn volk een vruchtbaar land en vruchtbaar volk is! Dat heeft Hij reeds in het begin van de bijbel laten weten: Genesis 1:28 Weest vruchtbaar en wordt talrijk, vervult de aarde en onderwerpt haar enz.Dat waren Gods woorden aan de man en de vrouw , die Hij had geschapen naar zijn beeld! 

Maar in dit gedeelte van Jesaja zie ik dat het Efraïm zal vergaan als met een vroege vijg, die reeds voor de oogst zomaar uit de hand wordt opgeslokt!
Jezus Christus is de “eerstgeborene” en Hij is het die de wereld zal oordelen!
Hij is als de vijgenboom, die eerst bloeit in de lente. Hij wil dat er vruchten aanhangen.

Lucas 3:8 zegt: Brengt dan vruchten voort die aan de bekering beantwoorden. In vers 9 gaat Hij verder met te zeggen dat de bijl reeds aan de wortel ligt. Jezus heeft zelfs een vijgenboom vervloekt omdat deze geen vruchten droeg.

In Johannes 15:6 staat : Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand. 
 
Jezus zelf is het waarop de sierlijke kroon zal zijn en de prachtige diadeem voor de rest van zijn volk dat met heldenmoed de vijand uit de stad verdrijft! 

Jesaja 28:2 beschrijft Jezus Christus als Iemand die sterk is als een hevige hagelbui, een welvelwind, krachtig als een kolkende watermassa die met zijn machtige hand alles omver zal stoten!

Jesaja 28:3 zegt dat de trotse kroon van de dronkaards zal worden vertrapt. 

Gebed:
Heer help mij te bewaren voor trots en steeds nuchter te blijven doorgaan om te wandelen door de Geest en dicht bij U te blijven en in U, zodat niemand mijn kroon kan nemen, die U voor mij hebt weggelegd. Help mij om goede vruchten te dragen en te putten uit de enige echte levensboom: Jezus Christus!